Help! Slakken in de tuin
Wie heeft niet de balen als je heb genoten van al je mooie kool-, sla- en aarbeiplanten en de volgende ochtend zijn ze verdwenen? Slechts een slijmspoor laat zien wie de boosdoener is geweest: De slak. De slak lijkt wel de grootste dierlijke vijand in de zomer voor je moestuin (en sommige bloemen zoals Afrikanen). Toch zijn sommige slakken je vrienden en andere een vijand, hoewel een teken dat je een goede tuinder bent, want slakken houden van een gezonde tuin. Heb je geen slakken, dan is dit misschien eerder een teken van zorg.
Soorten slakken
De vriendelijke slakken
Niet alle slakken zijn je vijand. Je hebt ook hele nuttige en vriendelijke slakken.

De Grote Aardslak
De meest voorkomende vriendelijke slak is de Tijgerslak of Grote Aardslak. Dit is een grote naaktslak (dus zonder huisje) die tussen de 10 en 20 cm groot kan worden. Met recht dus groot te noemen. Hij is ook mooi om te zien met grijs/bruine donkere vlekken of strepen. Hij heeft een zogenaamd luipaardpatroon. Bij vergissing werd hij dus de Tijgerslak genoemd. Wat deze vriendelijke slak doet is het dode afval in je tuin opruimen en hij verwijderd schimmels op. Waar hij ook goed in is, is het opeten van slakken die je groenten opsmikkelen. Zelden tot nooit zullen ze eten van een gezonde plant, tenzij je te netjes bent en geen plantenresten achterlaat in je tuin.
De Gewone Tuinslak

De Gewone Tuinslak is een van de fraaiste huisjesslakken in je tuin. Vaak heeft hij een geel huisje op zijn rug met meestal donkere banden. Soms zijn de huisjes ook roze of bruin. Ze tasten zelden gezonde planten aan, maar eten alleen verwelkte bladeren en zieke planten, omdat deze zacht en rottende zijn. Ook eten zij algen op, die je planten kunnen verstikken na vochtig weer. Maar heb jij je twijfels of dit wel een Gewone Tuinslak is? Dan kan je hem mogelijk beter verwijderen uit je tuin en hem uitzetten in het bos of de waterkant.
Bron foto: Vroege vogels
De Wijngaardslak

De Wijngaardslak is een grote huisjesslak met een heel stevig lichtbruin of grijzig huisje. Ook deze vriendelijke slak, de Wijngaardslak, eet veel afgestorven materialen op in je tuin. Soms is hij een boefje en neemt hier en daar een knabbeltje van een blaadje sla of kool, maar zal je planten niet opeten. Tenzij je er 100 in je tuin heb rondlopen, zullen ze je tuin niet schade, maar gezond houden.
Ook hier geldt: Bij twijfel verwijder hem uit je tuin en zet hem uit.
Schadelijke slakken
Helaas zijn niet alle slakken 🐌 een lolletje in je tuin. De volgende slakken moet je zoveel mogelijk uit je tuin halen en helaas ook doden of als je echt diervriendelijk bent ver van de tuin verwijderd uitzetten, zoals aan de dijk. Hier komen je grootste criminelen slakken:
De Spaanse Wegslak

De Spaanse Wegslak is een zeer gulzige vraatzuchtige slak van 7 tot 15 cm. Ze vreten rustig in een nacht een aantal planten uit je tuin weg. Het is de bekende naaktslak, die als je hem oppakt hard en stevig aanvoelt. Hij komt in diverse kleuren voor: oranje, roodbruin, donkerbruin tot bijna zwart aan toe. Helaas zijn de jonge slakken niet te onderscheiden van de andere soorten slakken. Heb je dus jonge slakken aan je planten hangen, verwijder deze dan direct. Deze slijmbal laat vaak veel afscheiding achter. Overdag kan het wezen dat je hem niet ziet, omdat ze zich dan vaak verstoppen tegen de wortel/stronk van je plant of zich opkrullen diep tussen de bladeren van je sla. Toch weet je wel dat hij er is geweest. Hij laat namelijk een herkenbaar eetpatroon achten: Grote rafelige gaten in je planten. Ook bloemen en vruchten die de grond raken zijn niet veilig voor vijandige slak nummer 1: De Spaanse Wegslak. Hun favoriete voedsel is: sla, bonen, kool, courgette, pompoen, aardbeien, hosta’s en afrikaantjes. De ellende is dat ze enorm veel eitjes leggen en daardoor een plaag in de tuin zijn. Ze hebben eigenlijk geen natuurlijke vijand. Dus wil je van ze af, zal je zelf in actie moeten komen. Waar veel slakken leven van een vochtig klimaat en dood gaan bij warmte en droogte, blijft de Spaanse Wegslak gewoon in leven, door zich te verstoppen en af te wachten tot de dauw of regen de aarde weer heeft bevochtigd.
Gevlekte Akkerslak

Hoewel de Gevlekte Akkerslak klein is, kan hij grote schade aanrichten. De Gevlekte Akkerslak wordt maar 3 tot 5 cm groot. Ze zijn lichtgrijs of bruin en hebben vaak donkere vlekjes of een netwerkpatroon. Ze zijn vooral gevaarlijk voor je jonge planten en leven verborgen in de bovenste grondlaag van je tuin. Deze rotzakken vreten de wortels van je planten op of de zaden die aan het ontkiemen zijn. Het is dus een redelijk verborgen vijand.
Heb je vermoeden dat hij je planten aantast, woel dan voorzichtig de aarde om rond je jonge planten en vis ze uit de grond.
De Tuin Wegslak

De Tuin Wegslak lijkt op de Spaanse Wegslak, maar is veel kleiner. Vaak slechts tussen de 2 en 4 cm groot. Ze zijn donkergrijs of bruin en hebben een lichte buik. Ze zijn vooral vervelend, omdat ze de jonge scheuten en zaailingen opvreten. Deze zijn lekker zacht en makkelijk voor hen om te eten. Hoewel de naam Tuin Wegslak leuk klinkt, zijn ze voor je oogst geen leuke aanwezigheid. Ze voeden zich met zowel dood als levend materiaal, waardoor ze zowel nuttig als verwoestend voor je tuin zijn. Laat het opruimen dus maar over aan de vriendelijke slakken. Hoewel Tuin Wegslak niet zo schadelijk is als de Spaanse Wegslak, kunnen ze een complete verwoesting aanrichten in je tuin.
De Zwarte Wegslak

Tot slot de laatste vijandige slak in je tuin: De Zwarte Wegslak. Dit is een vrij grote zwarte (soms donkerbruine) naaktslak die tot 15 cm groot wordt. Ze doen zich tegoed aan zowel levende als dode planten. Hij is minder agressief dan de Spaanse Wegslak, maar kan toch veel schade aanrichten. Het valt vooral op dat ze zich gedurende de nacht niet door je hele tuin bewegen, maar bijvoorbeeld 1 of 2 planten bijna geheel weggrazen. De schade kan in een enkele nacht groot zijn.
Helaas zit er maar een ding op en dat is deze veelvraat dood te maken of ver verwijderd van je tuin uitzetten. Gooi je hem over het hek, dan zit hij morgen weer net zo lekker in je tuin te peuzelen.
Hoe bestrijd ik op een natuurlijke manier slakken?
Heb je veel slakken in de tuin? Dan is dit een compliment. Dat betekend dat je gezonde grond heb en je tuin TE netjes onderhoud. Dat klinkt misschien gek, maar onze Europese manier van tuinieren hebben we afgekeken van de Engelse bloementuinen, dankzij boeken en de vele tuinseries van de BBC.
Lok de natuurlijke vijanden naar de tuin
Breng hier dus verandering in. Zorg dat er hoopjes tuinafval in je tuin liggen, zodat de slakken hier naar toe trekken. Leg bij de afscheidingen van je tuin takken en bladeren in hoopjes neer. Dit trekt egels en kevers aan. Beide zijn vijanden van de slak. Echter zijn kevers ook voedsel voor de merels. En laten merels nu precies de vogels zijn die graag slakken komen ruimen in je tuin. Een mulchlaag in je tuin kan hierin wonderen doen. Maar doe dit niet te dik, want dan trek je juist weer slakken aan. Zoals bij alles geldt: Doe het met mate.
Meest effectief, maar intensief
Ga ‘s avonds of ‘s ochtens vroeg naar de tuin met een zaklamp. Doe dit vooral na de regen. Kijk onder potten, bladeren en planken. Dikke kans dat ze zich hier hebben verschanst. Nu zijn slakken niet bijster intelligent, dus je kan ze goed neppen. Leg een plankje, dakpan of een stuk karton op de vochtige grond. Als een magneet worden ze hier naar toe aangetrokken. Overdag kruipen ze hieronder, wachtend op de nacht om te kunnen gaan eten. Overdag kan je ze uit deze ‘vallen’ halen.
Zet de natuurlijke vijand in: aaltjes
Naaktslakken zijn op biologische en natuurlijke wijze te bestrijden met aaltje. Deze aaltjes zijn 0,1 mm lang en niet met het blote oog zichtbaar. Ze velen een met de natuur in de grond.
Naaktslakken leven een groot deel van hun leven in de grond. De aaltjes gaan in de grond op zoek naar de slakken. Ze dringen de slak binnen en scheiden vervolgens een bacterie af. De slak wordt ziek, zal stoppen met vreten en zal uiteindelijk sterven en voedsel worden voor de aaltjes. De aaltjes bestrijden alleen de naaktslak omdat deze met name in de grond leeft. Een huisjesslak gaat niet de grond in dus deze wordt dan ook niet door de aaltjes bestreden.
Een effectief moment om de aaltjes toe te passen is als de naaktslakken uit winterslaap komen. Dan hebben ze nog geen eitjes gelegd en een toepassing van aaltjes voorkomt dan een nieuwe invasie naaktslakken. Een ander moment is als de nieuwe generatie naaktslakken uit hun eitjes gekomen zijn. Ze zijn dan nog klein en heel vatbaar voor de bacterie die de aaltjes bij zich dragen. Pas de aaltjes toe bij het signaleren van de naaktslakken.
Bij de opgroeien van planten zijn de planten heel vatbaar voor naaktslakken. Het liefst moet je dus de aaltjes 2 weken voor het opkomen van zaad of het planten van stekjes toe, dan zijn de naaktslakken weg bij het planten en hebben de stekjes de kans om mooi uit te groeien. Je kunt dit ook later in het jaar doen, maar mogelijk zijn je planten dan al aangevreten en verzwakt.
Zorg dat je tuin niet leuk is voor de slak
Wat we veel zien is dat de tuinders ‘s avonds water geven. Dit is echter geen goed plan. Je creeert een paradijs voor de slakken. Alles is lekker vochtig en zacht. Zelfs de scherpe elementen in je tuin, zoals steentjes en schelpenscherven zijn gladder geworden, waardoor ze over de natuurlijke barrières heen kunnen kruipen. Ruim je tuinafval, zoals dode of zwakke plantenresten en boombladeren een beetje op. Als dit rond de jonge planten ligt, komen de slakken er sneller op af. Doe niet alles weg, maar maak op een paar plekken hoopjes met tuinafval. Ligt het overal, dan maak je het veel te leuk voor de slak. Ruim je alles op, dan kan hij zich alleen tegoed doen aan de gezonde planten.
Zorg voor bescherming tegen de slak
Slakken houden er niet van om zich zwaar in te spannen. Ze zijn best lui. Heb je kwetsbare planten, zoals jonge sla of koolplanten? Gebruik dan oude bloempotjes. Verwijder de bodem en zet deze om het plantje heen. Maar zet je planten juist niet in een potje, want dan maak je het de slak juist te makkelijk. Andere opties zijn schelpen breken en deze in een ring rond je planten leggen. Of gebruik split (scherpe splinters steen). Heb je genoeg budget, dan kan je ook je geld uitgeven aan dozen met scherp lavasteen of klei, wat je bij tuincentra kunt kopen. Ook schapenwol lijkt effect te hebben, ook al houd dit zeker niet alle soorten slakken tegen.
Zet planten in die slakken haten
Slakken hebben een sterk reukvermogen. Waar wij genieten van de geur van bloemen en kruiden, denkt de slak daar anders over. Geuren kunnen erg overweldigend voor ze zijn, waardoor ze uit de buurt blijven van: Lavendel, Tijm, Rozemarijn, Salie, sterk ruikende bloemen en kruiden, varens en siergrassen.
Biervallen
Een populaire aanpak zijn biervallen of slakkenvallen. Deze bakjes met bier, trekken de slakken aan door de gistlucht. Gist is een teken van rottig, dus voedsel. Eenmaal over het randje geklommen, verdrinken ze in het bier of kunnen niet meer omhoog klimmen. Het nadeel is dat je ook alle nuttige en vriendelijke slakken verwijderd. Je moet deze aanpak dus het hele jaar door blijven herhalen. En na een stevige regenbui is de gistdamp vervlogen, dus moet je regelmatig het bier vervangen. Ook als je veel slakken vangt, zal er ook veel slijm in het bier gaan zitten, waardoor het niet langer aantrekkelijk is voor de slak.
Vooral niet doen
Wat je vooral niet moet doen is zout strooien. Het houd inderdaad de slakken bij je planten weg, want de slak wordt er door gedood. Afgezien dat je ook alle vriendelijke slakken doodt, ben je ook je grond aan het vergiftigen. Evenmin moet je alle slakken uit je tuin verwijderen, zoals al eerder betoogd. Slakkenkorrels zijn een aanpak die snel de slakken bestrijden. Maar je dood hiermee ook de vriendelijke slakken en brengt veel ijzer in de grond. Uiteraard gebruiken we geen giftige slakkenkorrels, maar zo vriendelijk zijn de biologische slakkenkorrels ook niet. De voedingsstoffen in de korrels worden door de slakken genuttigd. Ze krijgen hierdoor een vol gevoel en worden slaperig. Maar aangezien het effect erg lang doorwerkt, gaat de slak niet meer op pad om eten te zoeken en laat zichzelf verhongeren, totdat hij de hongerdood sterft. Het is dus best een brute en trage dood.
Blijvend effect creëren
Wil je dat er blijvend effect ontstaat, dan moet je geduld hebben. Na 1 tot 3 jaar kan je een klimaat creëren waar de schadelijke slakken niet blij van worden. Zo kan je een poeltje maken in je tuin. Dit trekt onder andere kevers en andere insecten aan die een natuurlijke vijand zijn en lokken ook weer vogels zoals de merel. Houdt je takken/bladeren hoopjes in stand, zodat de dieren weten dat ze steeds op dezelfde plek een veilig heenkomen kunnen vinden. Na verloop van tijd ontstaat er een natuurlijk evenwicht in je tuin.
